De onzekerheid regeert.

Het is zo gek, ik sta hier nu met een kop koffie in mijn hand en kijk uit over het water. De zwanen landen en stijgen, het stel is terug. Het voorjaar lonkt en ik kan niet wachten tot ik hun nieuwe kroost zie opgroeien en uitvliegen. De eenden zwemmen naar me toe, hoopvol op een stukje brood, maar ik heb alleen koffie. Het is nog zo rustig buiten dat er een snoek opspringt uit het water alsof hij wil laten zien dat hij er is. Er zijn vandaag geen vissers voor hem gekomen. 

In de verte op de dijk zie ik langzaam dat de mooie tijd van het jaar eraan komt. Het seizoen van nieuw leven, de natuur gaat verder. En even, heel even sta ik mezelf toe te denken dat alles normaal is.

Dan voel ik de steek, in mijn borstkas die me pijnlijk terugroept naar de realiteit.

De koorts kwam in het weekend. En de eerste vraag is dan zou ik Corona hebben. Ik google twintig keer en ga van het nieuws, naar het RIVM en de GGD niets geeft zekerheid.  En doet dat er ook toe als ik niet doodziek ben? Ergens voelde ik een plicht. Ik moest dit toch op z’n minst melden? Er waren (en zijn) nog steeds geen officiële gevallen bekend in onze woonplaats. Maar goed de eerste stap was uit voorzorg mezelf en het gezin in thuisisolatie zetten. Vervolgens heb ik iedereen waarmee ik in aanraking ben geweest op de hoogte gesteld. Niet om paniek te saaien, maar ik wilde dat ze alert waren. De ene vriendin geeft mantelzorg aan haar moeder, de ander zit in een verhuizing van haar ouders. Met die vrouwen heb ik vorige week nog gegeten. Dat was in de tijd dat handen schudden nog mocht en ik knuffelen van gezonde vrienden niet als iets kwalijks zag.  Ik maakte me meer druk om wie ik besmet zou hebben dan om mijn eigen gezondheid. Ik ben drieënveertig, en moet dit virus kunnen dragen. Op dat moment, wist ik nog niets zeker. De verhoging liep op, boven de achtendertig, maar het was te doen. De kortademigheid eerder lastig dan pijnlijk, voor mij geen reden de overbelaste huisartsenpost te bellen. De GGD, die probeerde ik wel er was tenslotte een speciaal nummer voor in het weekend. Maar ook deze was overbelast en mijn telefoontje werd niet opgenomen. Niet een keer van de zeven pogingen. Ook daar had ik begrip voor, maandag zou ik de huisarts bellen. Al was het maar om mijn klachten te melden. 

Tot mijn verbazing vond de assistente, gezien de klachten dat de huisarts me moest zien. Hoe dan dacht ik? Ik moet niet naar buiten nu. Daar waren ze op voorbereid. Ik moest in de auto wachten tot ik werd gebeld. Vervolgens ging ik via een speciale ingang naar binnen. In een volledig afgesloten kamer zat ik tegenover een arts in een soort modern out break pak. Hij had een blauwe muts, een oogmasker, een mondkapje, handschoenen, een volledig blauw gewaad en van die zwembad sokken om zijn schoenen. Was dit de werkelijkheid? Gebeurde het echt of was het mijn schrijversbrein die zich dat inbeeldde? Een pandemie is niet mijn genre, maar toch. 

Het bizarre was nog dat ik het logisch vond, begrijpelijk, normaal zelfs. Maar er is niets normaals aan. Niets is nog normaal.

De arts richtte zijn onderzoek met name op mijn longen. De zuurstof in mijn bloed was wat laag, verder kon hij niets vinden. Ondanks de steken in mijn borst klonken mijn longen goed.

Je hebt een virus was zijn diagnose, ik moest het protocol van het RIVM aanhouden en vooral terugkomen als de koorts hoger werd of de pijn bij het ademen erger. Ik werd niet getest. En ook dat begrijp ik, gebruik de test voor mensen die het nodig hebben, verspil dat niet aan mij met zogenaamd ‘milde’ klachten. Iedereen op tv zegt dat het lijkt op de griep, dat vind ik niet. Van de griep ben ik nog nooit buiten adem geweest, ik hijg al alsof ik de marathon heb gelopen na een simpel telefoontje met een vriendin. Dat terwijl mijn conditie redelijk goed is.

Na het bezoek aan de arts kwamen de vragen;

‘Hoe gaat het met je?’ 

‘En word je getest?’

‘En, heb je Corona?

Ik kan het niet ontkennen, ik kan het niet bevestigen en de huisarts net zo min. Uitzieken in thuisisolatie, dankbaar zijn voor de mensen die een boodschap voor je willen halen. Dat is het.

Dus ik sta nu op de steiger, dag vier sinds ik verschijnselen heb. De koorts is gezakt, daar ben ik blij mee. Maar ik blijf ongerust over het benauwde gevoel.

Hoe kan alles hier in mijn huis hetzelfde zijn en zo anders voelen. Het is de onzekerheid dat zorgt voor onrust. 

Zijn onze ouders veilig? 

Wanneer kan ik ze weer zien?

Wat gebeurt er met ons bedrijf op lange termijn en met de rest van de economie?

Hoe weet ik of ik immuun ben?

Als ik dat ben, wil ik helpen waar dat kan. Ik ben dan geen gevaar meer voor de ouderen dus kan ik mezelf nuttig maken, toch? Maar ik weet niet of ik Corona heb en men weet niet of je immuun raakt.

Voor nu probeer ik me te richten op mijn eigen herstel, met het voornemen meer te lezen en te schrijven en iets minder artikelen te lezen over elke kleine ontwikkeling hier en over de hele wereld, want daar word ik niet beter van. 

Met heel mijn hart hoop ik dat jullie, lieve lezers, gezond en wel hierdoorheen komen. 

Wees een beetje lief voor elkaar. 

Liefs Alicia

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.